Sigmund_met_succes_met_afbouwen.jpg

Een observationele studie naar het gebruik van afbouwmedicatie

Taperingstrips als hulpmiddel voor verantwoord afbouwen van antidepressiva

Peter Groot en Jim van Os

Antidepressivagebruikers die proberen te stoppen kunnen bij het afbouwen last krijgen van onttrekkingsverschijnselen die zo ernstig kunnen zijn dat stoppen helemaal niet lukt. Dat zorgt voor veel problemen en maakt dat een onbekend aantal mensen tegen hun zin onnodig lang antidepressiva blijven gebruiken.

Een door ons uitgevoerde observationele studie laat zien dat onttrekkingsverschijnselen kunnen worden tegengegaan door bij afbouwen gebruik te maken van afbouwmedicatie in taperingstrips. Gebruik van afbouwmedicatie maakt afbouwen makkelijker voor zowel de patiënt als de begeleidende arts. Uit onze studie blijkt dat veel meer patiënten dan voorheen erin slagen om hun antidepressiva op een goede manier af te bouwen. Of om de dosis daarvan op een verantwoorde manier te verlagen. Ook als eerdere afbouwpogingen waren mislukt.

Afbouwmedicatie

Afbouwmedicatie wordt verpakt in taperingstrips. Voor het gemak van de patiënt en omdat artsen hiermee gemakkelijk afbouwschema’s op maat kunnen voorschrijven. Een taperingstrip voor 4 weken bestaat uit 28 aan elkaar zittende plastic zakjes met in ieder zakje de medicatie voor één dag. De dagelijkse dosis in iedere zakje is zo gekozen dat die iedere dag een klein beetje lager of gelijk is aan die van de vorige dag. Behandelaars kunnen hiermee afbouwschema’s voorschrijven op maat van en in overleg met de patiënt. Dit staat bekend als shared decision making of ‘samen beslissen’. Afbouwen met alleen geregistreerde standaardmedicatie is op dit moment vaak heel moeilijk en in een aantal gevallen zelfs helemaal onmogelijk. Adviezen uit richtlijnen om geleidelijk en op maat van de patiënt af te bouwen kunnen hierdoor niet goed worden nagevolgd.

Het onderzoek

Voor ons onderzoek maakten we gebruik van 1121 vragenlijsten die waren ingevuld door mensen die afbouwmedicatie hadden gebruikt om het antidepressivum dat ze gebruikten af te bouwen. De meerderheid (75%, n=895) wilde helemaal afbouwen. Van hen had 62% (n=692) al eerder één of meerdere stoppogingen gedaan. Bijna iedereen (97%) had bij die eerdere afbouwpogingen last gehad van onttrekkingsverschijnselen, die door 49% als zeer ernstig werden beoordeeld (7 op een schaal van 1-7). De duur van het voorafgaande antidepressivagebruik varieerde van minder dan een jaar tot meer dan 30 jaar (mediaan: 2-5 jaar).

Afbouwen met en zonder afbouwmedicatie vergelijken

Aan alle patiënten werd gevraagd hoe het afbouwen was verlopen (op een schaal van 1-7; 1 = zeer goed; 7 = zeer slecht) en hoeveel last ze daarbij hadden gehad van onttrekkingsverschijnselen (1 = helemaal niet; 7 = zeer veel). Deze vragen werden ook gesteld over eerdere stoppogingen. Daardoor is het mogelijk om het voorkomen van en de ernst van onttrekkingsverschijnselen te vergelijken bij afbouwen met behulp van afbouwmedicatie en bij afbouwen zoals dat tot nu toe in de praktijk gebeurt.

De belangrijkste resultaten.

De belangrijkste resultaten van het onderzoek zijn dat van de mensen die helemaal wilden stoppen, 71% (n=636) daar in slaagde. Mediaan gebruikten ze daarvoor 56 dagen (2 taperingstrips). Van de 21% (n=192) die niet volledig was gestopt, was 8% (n=67) nog aan het afbouwen. In 4% van de gevallen (n=39) was dat vanwege onttrekkingsverschijnselen. Misschien hadden deze mensen toch nog te snel afgebouwd. Bij 6% (n=53) was stoppen niet gelukt als gevolg van terugval (terugkomen van oude klachten zoals angst en depressie).

De resultaten van dit onderzoek maken aannemelijk dat van alle patiënten die al eerder zonder succes hebben geprobeerd om een antidepressivum af te bouwen, velen dat met behulp van afbouwmedicatie waarschijnlijk alsnog met succes zullen kunnen doen.

Afbouwmedicatie maakt samen beslissen mogelijk

Afbouwen op maat van de patiënt is heel belangrijk. Daarvoor is nodig dat arts en patiënt samen kunnen beslissen over de wijze waarop en de snelheid waarmee dat zal worden gedaan. Gebruik van afbouwmedicatie maakt dat praktisch mogelijk, leidt tot minder onttrekkingsverschijnselen en dat vergroot de kans op succesvol afbouwen. Het zorgt er ook voor dat het voor zowel de arts als voor de patiënt makkelijker wordt om onderscheid te maken tussen onttrekkingsverschijnselen en terugval. En dat is weer belangrijk om onterecht voorschrijven van antidepressiva te voorkomen en onnodig gebruik van antidepressiva tegen te gaan.

Andere medicijnen en andere gebruikers

De resultaten van dit onderzoek zijn ook relevant voor mensen die andere medicijnen gebruiken, zoals antipsychotica of benzodiazepines. Bijvoorbeeld voor mensen met psychose, omdat die vaak meerdere medicijnen gebruiken, waaronder antidepressiva. Het gebruik van afbouwmedicatie biedt nieuwe en betere mogelijkheden voor het onderzoeken van veilige manieren om de dosis aan te passen. Dat wil zeggen: om beter te kunnen zoeken naar de laagste effectieve dosis om het gewenste effect van een medicijn te hebben met zo weinig mogelijk bijwerkingen. Ook bij mensen die meerdere medicijnen tegelijk gebruiken en vooral bij medicijnen waarbij flexibele dosisverlaging op dit moment niet goed mogelijk is.

 

Dr. Peter C. Groot is onderzoeker/ervaringsdeskundige bij het User Research Center, Universiteit Maastricht, en vrijwilliger bij de Stichting Cinderella TherapeuticsProf.dr. Jim van Os is voorzitter Divisie Hersenen, Universitair Medisch Centrum Utrecht. Contact: p.c.groot@maastrichtuniversity.nl

 

Referenties

Antidepressant tapering strips to help people come off medication more safely
Peter C. Groot & Jim van Os. Psychosis, 2018, doi.org/10.1080/17522439.2018.1469163


Zie ook:

Tapering Strips Help People Discontinue Antidepressants
Madinamerica, 24 May 2018

Medicatie minderen kan beter
Medisch Contact 22 Maart 2018

Peter GrootEen observationele studie naar het gebruik van afbouwmedicatie
Share this post